Conceptverslag van een notaoverleg



Yüklə 207,26 Kb.
səhifə3/6
tarix10.04.2017
ölçüsü207,26 Kb.
#13726
1   2   3   4   5   6

Ik gebruik graag mijn tweede interruptie, voorzitter.

Hiermee verzwakt de heer Van Meenen de rol van de medezeggenschapsraad. Men geeft zelf aan de preventieve werking van de fusietoets prettig te vinden en dat men zich gesteund voelt door die fusietoets. In verschillende brieven geeft men aan dat men die graag in stand wil houden. De heer Van Meenen verzwakt hiermee mijns inziens de rol van de medezeggenschapsraad. Wat is daarop zijn reactie?

De heer Van Meenen (D66):
Ik zie niet in waarom de positie van de medezeggenschap daarmee verzwakt wordt. Ze behouden gewoon dat recht en behouden het recht om een fusie-effectrapportage te vragen. Ik zie dat dus compleet anders. Ik verwacht dat men denkt: we willen het wel overwegen, maar o jee, er is een fusietoets, dus laten we dat dan maar niet doen. Ik denk daarom dat de preventieve werking van een fusietoets — ik zie overigens helemaal niet in wat die preventieve werking dan precies inhoudt — helemaal niet de zaak van deze ouders en docenten dient. Ik denk dat zij zich vooral moeten versterken door veel kennis over de situatie en de mogelijkheden. Uiteindelijk moeten zij de optimale positie die zij hebben, benutten via het instemmingsrecht op al dan niet fuseren.

Mevrouw Ypma (PvdA):


Dat betekent dat de heer Van Meenen het dus niet eens is met bijvoorbeeld de vakbond. Die verwijst naar het onderzoek dat CFTO nu doet. Die onderzoekt de fusie op basis van argumenten, en bekijkt of er draagvlak is en wat de rol van de medezeggenschap is. Dat borgt een zorgvuldige afweging. Vervolgens kan er dan een advies aan de minister gegeven worden. Het is een fusietoets, geen verbod. Ze geven een advies. Ook Verus geeft aan dat in de praktijk bijna alle fusieverzoeken gehonoreerd zijn en de doorlooptermijn steeds korter is geworden. Daardoor wegen de voordelen van de fusietoets op tegen de nadelen. En toch blijft de heer Van Meenen bij zijn standpunt. Op welke manier denkt hij dat de rol van de medezeggenschapsraad wordt versterkt als de fusietoets wordt afgeschaft, terwijl die zelf graag wil dat de fusietoets overeind blijft?

De heer Van Meenen (D66):


Het is een algemene brief. In zijn algemeenheid zijn er blijkbaar mensen die denken dat hun positie versterkt is als er een fusietoets is. Ik denk dat dit niet zo is. Mevrouw Ypma zegt dat het een advies is en geen verbod, maar dat kan het wel zijn. Het voorbeeld van de praktijkschool Pronova uit de Achterhoek illustreert dat. Daar is een fusie feitelijk vanuit Den Haag verboden, terwijl iedereen die bij die school betrokken is, het wel wil. Dat wil ik dus niet. Ik acht mensen wél in staat om in die scholen een goede afweging te maken. Ik zie totaal niet waarom de overheid zich daarmee, anders dan adviserend en wijzend op de effecten, moet bemoeien. Dat is het verschil tussen de Partij van de Arbeid en D66. Laat dat maar helder worden.

De voorzitter:


Vervolgt u uw betoog.

De heer Van Meenen (D66):


Ik heb nog een paar vragen. Wat vindt mevrouw Straus van de reactie van de staatssecretaris? Is die daadkrachtig genoeg? Daar hoeft zij niet helemaal punt voor punt op in te gaan, maar ik ben gewoon benieuwd of er enig licht zit tussen deze twee VVD'ers. Dat is altijd goed om te zien namelijk.

Het is een goede zaak dat nevenvestigingen niet altijd dezelfde kleur hoeven te hebben als de hoofdvestiging. Vanuit het openbaar onderwijs is er ook de behoefte om dat zo te laten zijn, aldus de Vereniging Openbaar Onderwijs. Mij is niet helemaal helder of dat met de voorstellen van mevrouw Straus bereikt wordt of dat de situatie al zo is. Dit is dus meer een informatieve vraag. Dan kunnen we daarna ons oordeel daarover geven. Het standpunt van D66 is in ieder geval dat het zo zou moeten kunnen zijn.

Voorzitter: Van Meenen

De voorzitter:


Het lijkt me goed om in afwachting van het antwoord van mevrouw Straus meteen ook te schorsen voor de lunchpauze. Volgens mij vindt men dat op de publieke tribune ook een goed idee.

De vergadering wordt van 12.00 uur tot 13.00 uur geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de indiener van de nota, mevrouw Straus.

Mevrouw Straus (VVD):


Voorzitter. Het is fijn dat we het vandaag over krimp in het voortgezet onderwijs kunnen hebben. De nota ligt al een tijdje voor bij de Kamer. Het heeft even geduurd, maar nu staat deze op de agenda en ik ben blij om te zien dat er veel instemming is en dat ik veel complimenten krijg van alle woordvoerders, die ik daarvoor hartelijk wil danken. Op een gegeven moment dacht ik dat we binnen een uurtje klaar konden zijn, omdat iedereen het ermee eens is; een strik eromheen en allemaal naar huis, maar toen kwamen er toch een paar vragen. Daar zal ik zo meteen op ingaan.

In de zomer van 2014 was ik op werkbezoek in de Achterhoek. Daar wordt men hevig geconfronteerd met teruglopende leerlingenaantallen. Ik kom zelf uit een gebied dat niet zo dichtbevolkt is. Bij het reizen van de ene school naar de andere werd mij daar duidelijk hoe groot de afstanden tussen scholen in Nederland ook kunnen zijn. Als je in de Randstad woont of er regelmatig vertoeft, zoals ik, dan is dat iets wat je je nauwelijks kunt voorstellen.

Ver fietsen naar school is iets van alle tijden. Ook in mijn klas op de middelbare school zaten mensen uit Maria-Hoop en Vlodrop, die soms meer dan 15 km moesten fietsen om op onze school te komen. Op zich is daar niets mis mee. Daar word je groot van en het hoort ook bij Nederland. Maar na die 15 km was je dan wel in een centrumgemeente waar het volledige aanbod van soorten middelbaar onderwijs aanwezig was: praktijkonderwijs, groen en gewoon vmbo, met alle profielen, die toen nog anders heetten, en twee havo-vwo-scholen, waarvan een met een gymnasiumafdeling.

Juist dit fenomeen, dat die verschillende schoolsoorten in de regio nog op enigszins acceptabele reisafstand aanwezig zijn, zodat alle kinderen naar een middelbare school kunnen gaan die bij hun past, staat door de snel teruglopende leerlingenaantallen onder druk. Als er steeds minder kinderen zijn, wordt het steeds moelijker om het totale onderwijspalet in de regio aan te kunnen bieden.

De afgelopen twee jaar hebben wij in de Kamer over krimp in het basisonderwijs gesproken. Deze kinderen groeien echter op, en dus vind ik het tijd om te spreken over krimp in het voortgezet onderwijs. We hebben het vandaag op de agenda gezet en het is door enkele woordvoerders ook benoemd. 85% van de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs krijgt de komende jaren met krimp te maken, variërend van rond 5% tot zelfs meer dan 30% van de leerlingen. Als wij met onze onderwijsregelgeving geen oog hebben voor deze ontwikkeling, dan laten wij deze scholen en hun leerlingen in de steek. Goed onderwijs voor alle kinderen, waar zij ook wonen in Nederland, op enigszins bereisbare afstand, dat is waar de VVD voor staat.

Het heeft lang geduurd voordat wij deze initiatiefnota konden bespreken. Helaas, zeg ik erbij, want de urgentie is hoog. Afgelopen week kwam er nog een gezamenlijke brief van de PO-Raad en de VO-raad, ondersteund door diverse brieven van schoolbesturen uit het land, die hun cri de coeur op papier hebben gezet en aan ons hebben toegestuurd. Deze schoolbesturen worden met serieuze krimp geconfronteerd, en niet alleen op het echte platteland. Er kwam bijvoorbeeld een brief van de gemeente Ede, die de komende jaren te maken krijgt met meer dan 20% afname van het leerlingenaantal.

We hebben al een aantal stappen gezet, zoals de verruiming van de 50%-regel, maar volgens mij is dat niet voldoende. De urgentie om meer te doen is torenhoog. Deze schoolbesturen vragen ons om nu te acteren. Voor het einde van het schooljaar willen zij aan hun leerlingen en ouders duidelijkheid kunnen geven of er voor hun school nog toekomstperspectief is en hoe dit eruitziet. Diverse collega's hebben ook gevraagd waarom ik niet kon wachten tot 1 maart. Ik ben bang dat 1 maart te laat is voor die scholen. Als wij pas op 1 maart gaan spreken over de eventuele aanpassingen van de fusietoets, dan moeten er wellicht vervolgens nog aanpassingen aan de regelgeving gedaan worden. Het kan dan voor sommige scholen te laat zijn om er voor het einde van dit schooljaar nog op te acteren. We willen die kostbare drie maanden niet voorbij laten gaan en vandaag nog de noodzaak en urgentie van dit onderwerp bij u op tafel leggen.

Ik heb een heleboel vragen gekregen die ik nu graag wil nalopen.

De voorzitter:
Dit lijkt mij een prima moment voor een interruptie.

Mevrouw Siderius (SP):


De VVD zegt, of mevrouw Straus zegt, dat ze niet wil wachten. Die wijzigingen zijn hard nodig en moeten volgend schooljaar al ingaan. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat mevrouw Straus zelf heel lang heeft gewacht met de behandeling van dit notaoverleg. We hebben het op een gegeven moment een half jaar uitgesteld. Waarom heeft mevrouw Straus dat gedaan als zij toch niet wil luisteren naar de veldraadpleging, naar ouders, docenten en leerlingen? Ik had de indruk dat mevrouw Straus dit heeft uitgesteld om juist ook die input mee te kunnen nemen en daar draagvlak te zoeken om eventuele wijzigingen op de fusietoets door te kunnen zetten. Ik begrijp deze redenering van mevrouw Straus niet helemaal.

Mevrouw Straus (VVD):


Eigenlijk hadden wij beoogd om deze initiatiefnota in september te bespreken. Dat is vooruitgeschoven, niet zo zeer op mijn verzoek, maar op verzoek van de Kamermeerderheid om te wachten op de reactie op de evaluatie van de fusietoets. Die reactie van het kabinet ligt er en nu komt er wederom een voorstel om het nog eens drie maanden uit te stellen. Dan komen we echt met de deadline van dit schooljaar in de knoop. Daar zit met name mijn probleem. Als we het in september een beetje opschuiven, is er nog wat ruimte. Maar gaan we het nu wederom drie maanden voor ons uitschuiven, dan komen de scholen in de knel die voor het einde van dit schooljaar duidelijkheid willen geven aan hun ouders en leerlingen over de toekomst van hun school.

Mevrouw Siderius (SP):


Ik vind het een bijzondere redenering, maar goed. Ik ben wel benieuwd of mevrouw Straus kan toelichten welke scholen dat precies zijn en hoe zij de ouders, docenten en leerlingen van die scholen heeft betrokken bij de wijzigingen die zij voorstelt voor de fusietoets in haar nota. Je zou die er dan toch bij kunnen betrekken om de wijzigingen erdoor te krijgen. Misschien kan mevrouw Straus daar wat duidelijkheid over verschaffen.

Mevrouw Straus (VVD):


Misschien hebt u, net als ik, gelezen dat we in de aanloop naar dit notaoverleg van diverse scholen brieven hebben gekregen waarin wij worden opgeroepen om door te gaan met deze maatregelen. Niet alleen van losse scholen, maar ook de VO-raad en de PO-Raad hebben aangegeven dat de urgentie niet toelaat dat kostbare tijd verspild wordt met allerlei aanpassingen. Het gaat mij om de kostbare tijd. Het gaat mij er niet om dat er geen goede discussie kan plaatsvinden over het totaal van de fusietoets. Dat kan wel degelijk. Het gaat mij om scholen die met een dusdanige krimp te maken hebben dat zij met opheffing geconfronteerd dreigen te worden. Het versoepelen van de fusietoetsregelgeving kan die scholen helpen en we moeten die scholen voor het einde van het schooljaar duidelijkheid geven over waar zij wel of niet aan toe zijn.

Mevrouw Siderius (SP):


Ik vraag enige coulantie, want ik heb in de eerste termijn helemaal niet geïnterrumpeerd.

De voorzitter:


Ga uw gang.

Mevrouw Siderius (SP):


Ik vind het een beetje een vreemde beantwoording. Mevrouw Straus kan de scholen niet opnoemen die met opheffing worden bedreigd en dat vind ik vreemd. Zij maakt er een groot punt van, maar als wij om opheldering vragen, komt die er niet. Vervolgens zegt mevrouw Straus dat we een mooie brief hebben gekregen van de VO-raad en de PO-Raad. Dat klopt, maar dat zijn de besturen. Het probleem is juist dat we ook draagvlak moeten hebben bij de leerlingen, de ouders en de docenten. Dat draagvlak is er niet, dat blijkt ook uit de brief van Ouders & Onderwijs. Waarom kijkt mevrouw Straus maar één richting op, de richting van de besturen, en niet naar de ouders, de leerlingen en de docenten? Kan mevrouw Straus eindelijk een keer namen noemen van scholen die met opheffing worden bedreigd?

Mevrouw Straus (VVD):


De scholen die ons een brief gestuurd hebben, staan bijvoorbeeld in Zuidoost-Drenthe, Ede en Stadskanaal. Deze scholen hebben allemaal aangegeven dat de fusietoets een probleem is voor hen. Wat het tweede deel van de vraag van mevrouw Siderius betreft, sluit ik me aan bij hetgeen de heer Van Meenen er eerder over gezegd heeft. Het is natuurlijk niet zo dat we zeggen: u doet maar wat. Ik heb het alleen maar over het versoepelen van de fusietoets voor de actuele krimpgebieden. Daarnaast heeft de mr nog steeds instemmingsrecht op de fusievoornemens. Het is dus echt niet zo dat er ineens niets meer geregeld is. Ouders en docenten blijven onderdeel van het interne proces van de school. Dat proces blijft onaangetast.

Mevrouw Ypma (PvdA):


Ik vraag nog even door op dit punt. We hebben inderdaad, zoals mevrouw Straus zegt, een aantal brieven gekregen, waaronder ook een brief van Verus. Dat is een belangrijke organisatie, een koepel van heel veel christelijke en katholieke scholen. Zij geeft duidelijk aan dat er met het oog op het behoud van een pluriform onderwijsstelsel en het tegengaan van onnodige monopolieposities zorgvuldig met deze toets moet worden omgegaan. De toets is nog maar kort geleden ingevoerd. Verus wijst erop dat in de praktijk bijna alle fusieverzoeken gehonoreerd zijn en dat de doorlooptermijn korter is geworden. Zij verzoekt ons om de veldraadpleging af te wachten en dan pas conclusies te trekken. Laten we het beperken tot de besturen. Mijn collega Siderius heeft natuurlijk gelijk dat je daarnaast ook nog de ouders en de leerkrachten hebt, maar binnen de besturen zijn er dus verschillende meningen. Waarom wil mevrouw Straus een en ander niet zorgvuldig tegen elkaar afwegen?

Mevrouw Straus (VVD):


Volgens mij komt de discussie over de fusietoets nog. We hebben met elkaar afgesproken dat er voor 1 maart een veldraadpleging plaatsvindt. Dan zullen we er in de breedte over praten. In mijn initiatiefnota heb ik het enkel over de serieuze krimpgebieden. Daarvoor moeten we alvast duidelijkheid geven over onze denkrichting. Ik denk dat dit erg belangrijk is. Voor die scholen kun je het niet wederom een heel schooljaar vooruitschuiven.

Mevrouw Ypma (PvdA):


We hebben het de hele tijd over serieuze krimpgebieden. Mevrouw Straus doet nu alsof het twee verschillende discussies zijn. Wat we doen met de krimpgebieden, is dé discussie. Daarom heeft de Kamer al bij meerderheid ingestemd met een motie van mijn hand. De SGP, de SP, de PVV, een ruime meerderheid in de Kamer heeft ermee ingestemd. Ik sluit me aan bij de heer Bisschop, die zich afvroeg of we meteen weer volgende stappen moeten zetten. Hij had het over "weer nieuwe normen". Moeten we al volgende stappen zetten voordat de veldraadpleging heeft plaatsgevonden? Ik ben ook nog steeds benieuwd welke scholen serieus op het punt van sluiten staan en niet de laatste drie maanden van de veldraadpleging kunnen afwachten.

Mevrouw Straus (VVD):


Laat ik vooropstellen dat de PO-Raad en de VO-raad heel veel scholen vertegenwoordigen. Zij hebben een eigen werkgroep voor scholen die met krimp te maken hebben. Zij geven aan dat zij voorstander zijn van deze concrete maatregelen. In deze notitie gaat het mij dus enkel om de krimpgebieden. Het gaat mij niet om de fusietoets in de volle breedte. Mevrouw Ypma geeft aan dat de regelgeving voor alle scholen verandert, maar daar heb ik het vandaag niet over. Ik heb het alleen maar over de scholen in de krimpgebieden. Voor deze scholen moeten we de regelgeving versoepelen, zodat zij er beter mee uit de voeten kunnen.

Mevrouw Ypma (PvdA):


Mijn punt is dat de fusietoets net versoepeld is voor de krimpgebieden, door de motie die ik in 2014 heb ingediend en die is aangenomen door een meerderheid van de Tweede Kamer. Daarmee heeft mevrouw Straus wat de Partij van de Arbeid betreft dus geen punt. We moeten dus de veldraadpleging afwachten om alle belangen van ouders en leerlingen en van schoolbesturen die de fusietoets graag overeind willen houden, maar wel naar de normen willen kijken, tegen elkaar af te kunnen wegen. Zo kunnen we gezamenlijk tot een oplossing komen, want dat er een probleem is, ziet iedereen.

Mevrouw Straus (VVD):


Ik ben in ieder geval al blij dat mevrouw Ypma constateert dat er een probleem is. In de evaluatie van de fusietoets lees ik dat de tot nu toe afgesproken versoepelingen, waarover mevrouw Ypma het heeft, volgens de respondenten niet voldoende zijn. Vandaag wil ik samen met u tot de conclusie komen dat er voor de krimpgebieden nog iets extra's nodig is.

Ik ga over tot het beantwoorden van de mij gestelde vragen, te beginnen met die van de heer Veldman van de VVD-fractie. Hij vraagt of concurrentie de belangrijkste reden is waarom samenwerking niet tot stand komt. Je ziet dat niet in alle regio's evenveel urgentie gevoeld wordt om dingen met andere scholen op te pakken. Uit de brief die de staatssecretaris in augustus heeft gestuurd, blijkt dit ook. Verder leid ik dit af uit het feit dat nog niet alle regio's regionale procesbegeleiders hebben aangesteld. Daardoor proberen scholen bepaalde problemen zo veel mogelijk binnen hun eigen scholen en schoolbesturen op te lossen. Als het heel kritisch wordt en het water hun aan de lippen staat omdat er geen vanzelfsprekende samenwerkingsrelatie met andere scholen is opgebouwd, is het lastig om onder stoom en kokend water toch dingen voor elkaar te krijgen. Vooral daarom spreken wij hier vandaag over en zijn bepaalde voorstellen nodig. Ik zie natuurlijk veel liever dat scholen automatisch samenwerkingspartners in de regio zijn, ook op het moment dat de nood nog niet zo hoog is dat er drastische maatregelen nodig zijn. Tegen scholen die nog niet zo ver zijn als de scholen waarover wij het vandaag hebben, zeg ik van harte: als u voorziet dat er in de komende jaren krimp in uw regio ontstaat, zoek dan samenwerking met andere scholen in de omgeving en probeer daarmee afspraken te maken om te voorkomen dat u met de rug naar elkaar toe staat en heel normale oplossingen veel moeilijker zijn dan wanneer u gewoon met elkaar on speaking terms bent, om het maar eens in goed Nederlands te zeggen. Mij lijkt dat veel beter, want daardoor worden extra maatregelen voorkomen. Aan het slot van mijn initiatiefnota schrijf ik dat ik niet kan voorzien of er extra maatregelen nodig zijn, want de discussie over krimp houdt natuurlijk niet op met het feit dat wij hier vandaag in de Tweede Kamer over spreken. Wij hebben vorige week een brief gekregen met prognoses van het aantal vmbo-leerlingen. Daaraan zie ik dat wij de komende jaren waarschijnlijk vaker over dit onderwerp spreken. Vandaag beschouw ik als startmoment van de bespreking van krimp in het voortgezet onderwijs. In het verleden bespraken we met name de krimp in het basisonderwijs.

Zojuist heb ik met de SP en de PvdA een debatje gehad over de opmerking van de heer Veldman dat niet alleen scholen met de krimpstatus niet meer toetsplichtig zijn, maar ook scholen die te maken hebben met een daling in het aantal leerlingen. In krimpgebieden is de nood evident hoog. Dat is glashelder. Daarom heb ik voor deze aanpak gekozen. Er is echter slechts een beperkt aantal krimpgebieden. Ze liggen in regio's waarvan iedereen aangeeft dat de krimp dusdanig groot is dat die een bijzondere status hebben. Een school hoeft dan niet meer toe te lichten waarom zij krimp als criterium gebruikt om een fusie aan te gaan. Ik sta wel open voor alle suggesties van de kant van de Kamer om tot een betere of andere benadering te komen dan ik voorstel.

Ik moet er even een ander blaadje bij pakken om de volgende vraag van de heer Veldman te beantwoorden. Het is voor mij ook nieuw om hier te zitten, dus ik ben natuurlijk al mijn blaadjes kwijt. Gelukkig hebben we tijd genoeg. De heer Veldman vroeg of de Experimentenwet alleen voor de officiële krimpgebieden geldt of voor alle scholen die te maken hebben met een daling in het aantal leerlingen. Wat mij betreft geldt die niet alleen voor de officiële krimpgebieden. Krimp moet een bepaald voorstel wel rechtvaardigen.

Ik geef een aantal kwaliteitscriteria mee waaraan ik denk dat moet worden voldaan om ervoor in aanmerking te komen. Een daarvan is een projectplan waarin een school moet aantonen waarom krimp een rechtvaardigingsgrond is. Er zou immers best een voorstel voor een experiment kunnen worden gedaan dat in een krimpgebied wel een experiment is maar in een drukbevolkte omgeving niet, omdat het daar onder de reguliere onderwijsregelgeving zou kunnen worden georganiseerd. Twee losse scholen zouden bijvoorbeeld samen iets kunnen organiseren op een andere locatie. Het is dan verstandiger om het BRIN-nummer niet aan een van de scholen te koppelen maar aan twee. Dat soort experimentvoorstellen zouden scholen kunnen doen aan de minister. Zij kunnen daarbij aangeven dat ze het niet doen omdat ze de wijsheid in pacht hebben, maar omdat het de enige manier is om op deze manier een passend onderwijsaanbod in de regio te organiseren.

Ik kom nu toe aan de vragen van de SGP. Zij vraagt wat de rol van de provincie kan zijn bij het bevorderen van samenwerking op het gebied van onderwijs in de regio. In de nota beschrijf ik het voorbeeld van Zeeland, waar de provincie echt een rol heeft gekozen. De ene provincie is echter de andere niet. Sommige provincies hebben een natuurlijke verstandhouding met het onderwijs, maar in andere provincies kan die koppeling veel minder voor de hand liggen. In een gebied met grote steden staat de provincie bijvoorbeeld wat meer op de achtergrond en staan de grote steden wat meer op de voorgrond. Ik ben liberaal, dus wat mij betreft mogen er verschillende oplossingen zijn. Ik wil dus niet voorschrijven dat de provincie het moet doen. Zij kan deze rol op zich nemen, maar als er in een regio een andere variant is om samenwerking te bevorderen, is mij dat even lief.

De heer Bisschop (SGP):
Ik wil nader inzoomen op dit punt. In de Wet op het voortgezet onderwijs staat een artikel dat voorschrijft dat de provincie een regierol heeft ten aanzien van het openbaar voortgezet onderwijs. Daarvoor hoeft dus niets nieuws uit de kast te worden getrokken. Wel zou deze bepaling wat kunnen worden afgestoft. Ik zou me kunnen voorstellen dat er als onderdeel van deze nota aandacht aan wordt besteed dat er zeker in krimpregio's naar provincies wordt gekeken. Zeeland is een mooi voorbeeld. Daar heeft men dat gedaan op basis van het eerdergenoemde artikel. Men had daar niet een brainwave waarbij men dacht: nu gaan we eens wat doen. Nee, men realiseerde zich dat men een verantwoordelijkheid had. Andere provincies die er concreet mee te maken krijgen, zouden opgepord kunnen worden om hun verantwoordelijkheid te nemen om ervoor te zorgen dat er voldoende technisch onderwijs blijft in verband met de verantwoordelijkheid die men heeft voor werkgelegenheid en economie. Hoe kijkt mevrouw Straus daartegenaan?

Mevrouw Straus (VVD):


Ik vind het voorstel van de heer Bisschop heel interessant. In sommige regio's zou de provincie zo'n rol van nature kunnen pakken, waarbij ze het breder insteekt dan alleen het openbaar onderwijs. Wel denk ik dat het belangrijk is dat er niet alleen naar de juridische of formele bevoegdheid van de provincie wordt gekeken, maar dat ook wordt meegenomen of de provincie het draagvlak heeft in de betreffende regio om de regisseursrol op te pakken. Ik kan mij voorstellen dat dit in sommige regio's vanzelfsprekend is en dat er in andere regio's een andere partij is die het voortouw neemt; ik gaf al het voorbeeld van de grote steden.

Ik ga verder. Er is mij gevraagd welke afstanden ik normaal vind in het kader van de bereisbaarheid, en in hoeverre ik dat zou willen formaliseren. In mijn inleiding heb ik al aangegeven dat ver fietsen iets van alle tijden is in Nederland. In die zin ben ik helemaal niet iemand die zegt: alle kinderen moeten om de hoek naar de middelbare school kunnen. Dat is een illusie, zeker buiten de Randstad.



Yüklə 207,26 Kb.

Dostları ilə paylaş:
1   2   3   4   5   6




Verilənlər bazası müəlliflik hüququ ilə müdafiə olunur ©azkurs.org 2022
rəhbərliyinə müraciət

    Ana səhifə